Conny van der Wouw gaat de dagelijkse leiding van COCD op zich nemen.

Nieuwsgierig naar wat haar bezighoudt en wat haar drijft, interviewde Femke Deckers Conny.

Interview met Conny van der Wouw.
Wie? Conny, de nieuwe directeur van COCD.

De telefoon gaat.

‘Met Femke Deckers’.

‘Hoi, met Conny van der Wouw’.

‘Wat leuk’, denk ik, ‘een van de trainers van mijn opleiding ACAP belt mij’. Ik wacht nieuwsgierig af.

Conny: ‘Ik word de nieuwe directeur van COCD. We willen dit op een leuke manier met ons netwerk delen. Zou je mij willen interviewen?’

Ik denk niet lang na. ‘Wat leuk zeg. Ja, natuurlijk.’

Natgeregend treffen we elkaar bij Zoku voor het interview. Tot onze vreugde weten we de privéruimte met luxe banken en uitzicht op Amsterdam te confisqueren. Ik vind deze ‘boardroom’ erg passend voor ons gesprek.

Om het interview in stijl af te trappen vraag ik Conny een willekeurige ijsbrekervraag te trekken. Het kan bijna geen toeval zijn dat ze deze kaart trekt: 

We moeten lachen. ‘Geen van beiden’, is haar eerste reactie. ‘Ik kan niet altijd overweg met een baas’ lacht ze. Nou, dat treft lijkt me. De kop van het interview is eraf.

Maarre, geen baas dus, vertel eens?
Ik bots nogal eens met bazen, ik reageer slecht op opgedrongen autoriteit. Autoriteit krijg je van mij op basis van wat je doet, niet om welke titel of functie je hebt. Als je de koning bent, dan ben je koning, maar dan ben je niet mijn baas. Je moet het voor mij wel verdienen. Ik kan zeker bewondering voor iemand hebben of naar iemand opkijken, maar dat is omdat ik vind dat die persoon iets doet wat ik mooi vind.

Wie bewonder jij dan bijvoorbeeld?
Gerard Puccio, chair van het International Center of Studies in Creativity en auteur van het boek Creative Leadership. Hij kan goed vertellen wat creativiteit is, is scherp in het verwoorden daarvan.

Ik ken jou alleen als trainer tijdens mijn Applied Creativity Advanced Program (ACAP). Dus even een korte kennismaking: waar komt Conny vandaan en wat studeerde je?
Ik ben geboren in Tilburg, als dochter van een kapper. Mijn vader werd helaas heel jong ziek. Ik was veel in het ziekenhuis. Toen ik 17 was en een studie moest kiezen vond mijn omgeving dat ik naar de universiteit moest, ik kon heel goed leren. Dus ging ik geneeskunde studeren. Want artsen, daar had ik er veel van gezien, dus kon me een beetje voorstellen wat je dan zou doen. Maar hoewel ik de materie heel mooi vond, om mensen vooruit te helpen, wist ik na een half jaar werken: hier word ik niet blij van. Bepaalde kanten van het vak spraken me minder aan. Soms wordt er bijvoorbeeld door artsen met een bepaalde zekerheid iets gezegd, terwijl ze dat helemaal niet zeker weten, ze dénken alleen dat het die richting op gaat. Als arts stel je een differentiaal diagnose op (een lijst van mogelijke aandoeningen waaraan een bepaalde patiënt zou kunnen lijden, red.) en werk je met wat het meest waarschijnlijke is, wat – en dat is de parallel- je ook doet in creatief denken. Maar artsen presenteren zaken vaak alsof het waar is. Daar kon ik helemaal niet mee overweg.

Welke ervaring heb je hieruit meegenomen?
Ik denk de verschillen tussen het logische en het creatieve denken. Dus wanneer je het een doet en wanneer het andere. Tijdens de co-schappen leerde ik ook iets anders belangrijks: de omgang met mensen. Ik ontwikkelde daarin een bepaalde waardering voor het leven. Ik heb bij kinderoncologie gelopen, en je gaat dan wel waarderen wat je wél hebt. Ook hoe je om kunt gaan met zulke tegenslag in je leven.

Wat maakte dat je uiteindelijk koos voor de richting creativiteit? Wat trok je?
Ik ging uiteindelijk in de ICT werken, waarin je analytisch moet denken. Maar ik miste een bepaalde flexibiliteit in dit analytisch denken, namelijk dat het ook anders zou kunnen. En dat ene ingrediënt bleek creativiteit te zijn. Toen ik studeerde voor mijn Master of Science, leerde ik meer over polarity thinking. De rode draad in mijn carrière is wel het problemen oplossen. Dat is wat ik altijd gedaan heb, eerst als arts en daarna in de ICT. Ook nu ben ik probleemoplosser. Ik wil heel graag elke optie aangrijpen om creativiteit neer te zetten.

Waar komt die drive vandaan?
Creativiteit heeft me zoveel gebracht, ook op persoonlijk vlak. In opties kunnen bedenken voor de situatie die er is. Je hebt niet je hele leven in de hand.

Kun je daar een voorbeeld van geven?
Op persoonlijk vlak, denk ik dat de invloed van mijn opvoeding groot is geweest. Dat ik als 12-jarige met nog maar 1 ouder toch erg ging doen wat er van me werd verwacht. Ik durfde niet mezelf te zijn. Ik dacht ook dat ik geen andere optie hád, omdat ik dan mijn familie zou verliezen.

Je dacht: het is een of/of-spel, en geen en/en.
Precies, en nu weet ik: het is en-en. Creativiteit helpt je opties te zien. Dat het niet óf dit óf dat is, maar: wat kan ik nog meer doen? Ik denk dat dat denken ook grote invloed heeft op je geestelijke gezondheid. Creativiteit kan iets brengen waardoor je weerbaarder bent op het moment dat er tegenvallers zijn die echt impact hebben. Bijvoorbeeld als je ontslag krijgt.

Benaderde COCD jou voor deze nieuwe rol? Of hoe ging dat?
Ik werkte al als trainer voor COCD en daarnaast werk ik met Branko samen in de Academy for Creative Leadership. De Academy gaat de activiteiten van COCD voortzetten, en we hebben een onderverdeling gemaakt in het werk. Branko meer de inhoud van de opleidingen en ik meer alle organisatie er omheen. Die combinatie van trainingen geven, dus inhoudelijk bezig zijn, en de organisatie, vind ik heel prettig.

Wat maakte dat je dacht: okee, ik doe het?
In mijn visie die ik schreef tijdens mijn Master of Science in Creativity and Change Leadership had ik staan dat ik een ‘Thinking School’ wilde. Die Thinking School was de werknaam voor een organisatie waar je van en met elkaar kon leren hoe je verschillende manieren van denken gebruikt. Hoe dat precies eruit moest zien, dat wist ik nog niet. Ik dacht ook altijd: ik wil trainen. Maar een leuke anekdote is dat ik op een dag met een vriendin in een theetuin zat en ik er ineens achter kwam dat dat niet klopte. Ik zei: ‘weet je, ik wil niet zozeer trainen, ik wil de directeur zélf zijn!’

Waarom?
Omdat ik mijn ideëen over hoe je creativiteit leert en wat de essentie daarvan is kwijt wil kunnen.

En dat mag binnen COCD?
Ja. (zegt ze met een lach)

Tijdens ons voorbereidende gesprek zei je: ‘de titel directeur, dat voelt een beetje gek.’ Waarom is dat?
Omdat ik niet zoveel op heb met zo’n titel. Als ik het zo hardop zeg, voelt het autoritair. Het klinkt ook lonely.

Welke connotatie zou je er liever aan geven? Wat zou je willen dat hij betekent, of gaat betekenen?
Ik wil het vooral niet alleen. We zijn een team van mensen dat samen, ieder vanuit zijn of haar eigen expertise, zorgt dat dit een goeie organisatie is waar je hele goeie opleidingen kan volgen. Of waarin je betrokken bent in het geven van die opleiding.

Dan daag ik je bij deze uit om een creatievere titel te bedenken, een die voor jou de lading beter dekt van wat je vindt dat je doet. En je mag er ook een voor Branko bedenken. Zullen we zeggen 1 januari? Beetje druk op de creatie-ketel?
Haha, okee deal. 1 januari 2020 hebben wij een nieuwe titel voor ons allebei.

Je staat zo samen met Branko aan het roer. Als jij deze zin voor het COCD mag afmaken: ‘Het zou geweldig zijn als….’
Het zou geweldig zijn als we over 3 jaar een bloeiende organisatie in Amsterdam hebben waar mensen graag komen om zich te ontwikkelen in creativiteit. Inspiratie, groei en ontwikkeling. Het zou fantastisch zijn als we er een fysieke ontmoetingsplek van kunnen maken. Terwijl aan de andere kant vind ik het ook mooi om te kijken: hoe doe je dat op afstand?

Hoe of waar gaan we Conny in de toekomst zien? Ik blijf mijn trainingen geven in de opleidingen, zoals in de Fundamentals, het Advanced Program en de Facilitation Foundations. Daarnaast zou het fantastisch zijn als er een moment komt dat ik mijn masterproject ‘hoe kun je online een creatief klimaat scheppen?’ kan oppakken. Om zoveel mogelijk mensen van creativiteit te laten proeven én productief te laten gebruiken. Voor mij is creativiteit een life skill.

Vanaf wanneer ben je officieel Grote Smurf?
Vanaf nu, als het interview gepubliceerd is.

Volgens mij heb je een erg mooie job voor je liggen.
Ja, ik vind dat ook leuk. Als je creativiteit kan overbrengen op een ander, en je ziet dat die ander het ook heel mooi vindt en gaat toepassen, daar word ik warm van.

Dan ga jij tevreden slapen.
Ja (glimlach).

Dat vind ik een mooie afsluiter. Zullen we de rekening vragen?